Wat is een Burn-out

Burn-out is een psychologische term voor het gevoel opgebrand te zijn, geen energie of motivatie meer vinden voor de bezigheden op het werk.

De term burn-out werd begin jaren zeventig voor het eerst gebruikt door de Amerikaanse psychotherapeuten Herbert Freudenberger en Christina Maslach. De opvatting van de laatste is inmiddels dominant geworden. Burn-out bestaat in haar opvatting uit drie, min of meer samenhangende verschijnselen: uitputting (een gevoel van extreme vermoeidheid), cynisme (afstand hebben van het werk, dan wel de mensen met wie men werkt), en verminderde persoonlijke bekwaamheid (het gevoel dat men minder goed presteert dan in het verleden het geval was, ook wel verminderd werkgerelateerd zelfvertrouwen). Deze opvatting ligt de laatste jaren onder vuur. Het verminderde gevoel van zelfvertrouwen lijkt geen centraal onderdeel van het burn-out-syndroom te zijn; terwijl een aantal wetenschappers burn-out als een vorm van depressie, dan wel gewone, zij het extreme, vermoeidheid ziet (en dus niet als een op zichzelf staand begrip).

Verondersteld wordt dat een burn-out kan ontstaan na langdurig te zijn blootgesteld aan een teveel aan stress op het werk en met name een risico is voor idealistisch ingestelde werknemers, aangezien de confrontatie met de werkelijkheid juist voor deze mensen vaak nogal tegenvalt.
Vaak wordt gesteld dat een burn-out niet verward dient te worden met overspannenheid of een depressie. Ze zouden alleen min of meer dezelfde symptomen hebben, maar (vaak) een andere oorzaak hebben en zouden dientengevolge ook anders behandeld dienen te worden. Deze opvatting staat tegenwoordig onder druk; de verschillen tussen deze psychische problemen lijken aanzienlijk kleiner dan de overeenkomsten. Dat betekent overigens ook dat de meerwaarde van het begrip “burn-out” ten opzichte van deze andere concepten steeds meer betwijfeld wordt.

Statistieken

De volgende cijfers gelden voor Nederland.

Twaalf procent van de huisartsbezoeken hebben te maken met stressklachten (overigens lang niet alleen burn-out). Verder komen 30.000 mensen per jaar door psychische klachten in de WAO, waarvan 9000 (30%) door stress en overbelasting veroorzaakt wordt. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft 10% van de Nederlandse beroepsbevolking last van burn-out-verschijnselen. Opmerkelijk is dat vooral huisartsen vatbaar zijn voor burn-out; volgens een artikel in het vaktijdschrift Gedrag & Gezondheid zou zo’n 41% van hen serieuze burn-outverschijnselen vertonen. Overigens lijkt burn-out sinds de economische crisis van 2001 duidelijk minder voor te komen; wellicht dat werknemers in tijden van economische malaise vooral blij zijn dat ze (nog) een baan hebben, zelfs al worden ze er behoorlijk moe van. Een andere mogelijkheid is dat de opdrachtenportefeuille in de profit-sector sinds de crisis verminderd is en daarmee samenhangend de werk- en
prestatiedruk. Ook in de not-for-profit sector zijn werkdruk en burn-out afgenomen. Dit kan men verklaren door vrijwilligerswerkers die in hun vrije tijd, naast hun normale werk, aan deze organisaties participeren, maar ook aan de afgenomen activiteiten in verband met de crisis.
Omdat burn-out als ziekte niet onderkend is volgens het standaard handboek voor psychische aandoeningen (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, DSM) komt de diagnose steeds minder voor, en kan het lijken of het probleem daarmee niet bestaat. In principe kan burn-out vervangen worden door een aantal samengestelde diagnoses, maar of dat tot een betere behandeling leidt is niet zeker.

Oorzaken van burn-out

Hoewel er de laatste tien-vijftien jaar veel wetenschappelijk onderzoek is gedaan naar burn-out is er nog weinig bekend over de oorzaken ervan. Voor zover burn-out opgevat kan worden als een vorm van extreme vermoeidheid (de dominante opvatting, zie hierboven), lijkt een chronisch teveel aan inspanning (bijvoorbeeld te hard werken) in combinatie met een tekort aan herstel een belangrijke risicofactor.
Daarnaast zijn persoonlijkheidstrekken als overdreven plichtsgetrouwheid, perfectionisme en werkverslaving relatief belangrijke risicofactoren. Deze zijn immers vaak weer oorzakelijke factoren voor hard werken. Overigens is het zeker niet zo dat iedereen die hard werkt een groot risico op burn-out loopt; de combinatie van hard werken, weinig herstel en het weinig plezier hebben in het werk lijkt daarentegen duidelijk risicovoller te zijn. Niet uitgesloten mag worden dat biochemische factoren van invloed zijn bij het ontstaan van burn-out. Met name stoornissen in de neurotransmitters (waarbij een verlaagd serotonineniveau een rol kan spelen) van de hersenen zijn mogelijk van belang.
Het bewijs daarvoor is tot op heden echter allesbehalve overtuigend.

Behandeling

Burn-out wordt tegenwoordig succesvol behandeld door middel van kortdurende (12-15 wekelijkse sessies) therapie. Tijdens die therapie wordt nagegaan welke factoren hebben bijgedragen aan het ontstaan van een burn-out; bijvoorbeeld het hebben van zogenaamde “disfunctionele gedachten” (“als ik niet hard werk vindt niemand me aardig/competent/krijg ik nooit een promotie/word ik ontslagen”) wordt aangepakt.
Daarnaast worden risicofactoren op het werk geïnventariseerd (bijvoorbeeld te hard moeten werken, te veel overwerken, moeten werken in een onprettige werksfeer enzovoort) en, waar mogelijk, aangepakt. Bovendien wordt ernaar gestreefd om de cliënt zo snel mogelijk weer aan het werk te laten gaan, liefst al tijdens het behandelingsproces. Behandeling door de cliënt een aantal maanden thuis te laten zitten om “weer bij te komen” (wat enkele jaren geleden vaak voorkwam) blijkt in de praktijk uitermate ineffectief en leidde vaak tot volledige
arbeidsongeschiktheid (tegenwoordig is burn-out overigens geen grond meer voor arbeidsongeschiktheid). In de praktijk blijkt een burn-out vaak gevolgd te worden door een carrièreomslag; voor veel ex-cliënten blijkt hun burn-out reden te zijn te reflecteren op hetgeen ze écht willen. Vaak is dat iets anders dan de baan die ze voorheen hadden.

wo 06 nov 2013, 10:58
Door
Jerry Helmers
Zzp’er
Jerry Helmers (1968) is sinds oktober 2000 succesvol zzp’er met zijn eigen mediabedrijf.

Heb ik een burn-out?

Wat doe ik toch verkeerd? Mijn agenda zit vol, vol en nog eens vol. Ik heb structureel te weinig tijd waardoor ik onrustig word. Dreigt daar een burn-out? Bovendien heb ik geen flauw benul waar precies mijn mentale grens ligt. Wanneer val ik om? Een gedwongen exit (lees: een pauze van een jaar) is het laatste wat ik wil. Die levert namelijk geen omzet op. Dus, resteert de vraag: wat nu? En hoe?

Als ambitieuze ondernemer is het mijn plicht om veel balletjes in de lucht te houden. Acquisitie, debiteurenbeheer, innovatie, mijn eigen pr, netwerken, kennis vergaren, dreigende deadlines, onderhandelingen, verschillende projecten, nieuwe uitdagingen, enkele maatschappelijke verplichtingen als vrijwilliger, het verwerken van tegenslagen… en laten we vooral niet de voortdurend volle inbox van mijn Outlook vergeten.

Onzekerheid

Het tempo voor een zzp’er die wat wil met zijn ondernemerschap is soms moordend. Bovendien heb ik nog eens het ‘nadeel’ dat ik een ongekende drive heb om onafhankelijk te zijn. Ondanks dat ik meer dan tevreden ben over omzet en klantenreuring, is er dus altijd nog dat stukje onzekerheid over hoe het financieel zou kunnen lopen in de komende jaren. Ik kan niet onbevangen een willekeurig doemscenario terzijde schuiven. Conclusie? Elke dag dus (kei)hard aan de slag. (Te) vaak ook ’s avonds en (veel te) vaak in het weekend.

En dan heb ik niet eens twee jengelende kinderen die meteen aan mijn been hangen zodra ik thuiskom en met me willen kleien, kleuren en klauteren. Een klagende partner (die wil dús aandacht) wacht ook niet op mij aan het thuisfront. Ondergetekende vrijgezel moet dus eigenlijk helemaal niet zo zeuren, toch? Ik kan namelijk mijn leven indelen zonder rekening te hoeven houden met anderen.
Maar ja, houd ik wel genoeg rekening met mezelf?
Misschien heeft de zoektocht naar het antwoord op die vraag wel te maken met de onvermijdelijke Mid-Life Evaluatie, die zo aanvangt als je de 40 bent gepasseerd. Is alles wat ik nu doe ook hetgeen wat ik (nog) werkelijk wil? En wat zijn eigenlijk die verschijnselen van dat opgebrand zijn?

Mindset

Zo is een symptoom van een potentiële exit dat je ’s ochtends – bij het wakker worden – moe bent. Structureel. Ik heb daar een tijdje last van gehad. Een week vroeg naar bed hielp niet. En dan moet je andere keuzes durven maken. Bijvoorbeeld ‘Nee’ zeggen tegen mensen en/of zaken die op je pad komen. Dat kostte me moeite. Een ‘Ja’ is immers vriendelijker dan de boodschap met een afwijzing. Die omslag in mijn ‘mindset’ ging dan ook niet zonder persoonlijke slag of stoot en leverde regelmatig diepe verontwaardiging op aan de andere kant. Want men was van mij een ‘Ja’ gewend.
Toch heb ik (mezelf) kunnen leren om te kiezen voor een agendavulling die me vooral energie oplevert. Veel zaken krijgen daarom nu geen plaats meer op de kalender. En ik agendeer rustmomenten. Heerlijk, die kruizen in mijn agenda. Ik voel me net een topsporter. Die slapen ook vrij vaak. Als ondernemer en als mens ben ik daardoor gegroeid, mede omdat een onderdeel van dat boeiende zelfproces betekende dat ik beter moest definiëren wat ik intrinsiek wilde. Ik kwam daardoor terug bij de basis, mijn persoonlijke missie en visie. Dat was niet alleen confronterend, het was ook ultiem verhelderend.
Toch houd ik vinger aan de pols. Het tempo blijft moordend. Als ondernemende zzp’er weet ik bovendien maar al te goed dat ook ik van een structurele te grote pas op de plaats mijn rekeningen niet kan betalen en persoonlijke en zakelijke doelstellingen niet zal bereiken. Omzet maken is een simpele must. Nú slaag ik er gelukkig in om te doseren door bewuster te kiezen.
En dat is maar goed ook. Ik heb namelijk geen tijd voor een burn-out. Daar is mijn agenda te vol voor.

CBS Statistieken

cbs_statistieken_burnout